Hoe groot de inloopdouche kan worden
De beschikbare ruimte is niet de enige maatstaf. Minstens zo bepalend is de ligging van de afvoer. Een bestaande afvoer verplaatsen betekent dekvloer openbreken, en dat heeft gevolgen voor de vloerdikte en de droogtijd. Bij een inloopdouche op de begane grond is de kruipruimte of kelder bereikbaar; op een verdieping wordt het werk aanzienlijk complexer omdat de vloerconstructie bepaalt hoeveel u kunt verdiepen.
Een inloopdouche van 90 × 90 cm is de kleinste praktische maat. Onder 80 cm breedte verliest u het open gevoel en is een douchecabine vaak functioneler. Grotere afmetingen, zeg 120 × 200 cm of meer, vragen om extra warmhoudvermogen van de douchekop, anders koelt de ruimte te snel af.
Vloeruitvoering: inloopdrain of putje in de hoek
Er zijn drie gangbare varianten. Een lijnafvoer langs de wand geeft de cleanste uitstraling: de vloer helt naar één kant en de voeg tussen tegel en wand valt samen met de drain. Een puntafvoer midden in de vloer vraagt dat de vloer van vier kanten naar het midden helt — dat is moeilijker te betegelen zonder lelijke snijvoegen. Een wandafvoer, waarbij de drain in de wand zit net boven de vloer, werkt alleen goed bij een egale vloer zonder noemenswaardige helling en is gevoeliger voor haren en vuil.
Bij een renovatie op een houten vloer wordt vaak een douchebak als inbouwbak gebruikt in plaats van een natte dekvloer. Dat scheelt gewicht en voorkomt vochtproblemen in de constructie. Zichtbaar of onzichtbaar is dan een bewuste keuze: een onzichtbare bak wordt betegeld en ziet er hetzelfde uit als een natte dekvloer, maar de rand is iets hoger.
Afscheiding: glas, muur of helemaal open
Een volledig open inloopdouche zonder afscheiding werkt alleen als de ruimte groot genoeg is en de ventilatie op orde is; anders trekt spatwater de badkamer in. In de praktijk wordt het vaakst gekozen voor een vaste glasplaat van minimaal 8 mm gehard glas, al dan niet met een kleine terugkanteling zodat water naar de afvoer loopt in plaats van over de vloer.
Een halfhoge muurdam van metselwerk of kalkzandsteen geeft meer privacy en is structureel sterker dan glas. Daartegen kunt u ook een glasplaat plaatsen. Frameless glas geeft de lichtste uitstraling maar vraagt preciezere montage: zelfs een millimeter speling in de vloer zorgt voor een scheef hangend paneel. Zorg dat u bij de oplevering kunt zien of de siliconenkit langs het glas overal even breed en volledig gesloten is — dat is de eerste plek waar lekkage optreedt.
Tegels en afwerking: wat het verschil maakt in gebruik
Voor de douchevloer geldt dat een kleine tegelformaat (mozaïek of 10×10 cm) meer voegwerk geeft maar ook meer grip door de hogere voegdichtheid. Grote tegels van 60×60 cm of groter zien er strak uit maar vragen om een nauwkeuriger afschot, anders staat er water op de tegel in plaats van bij de afvoer. Het afschot is minimaal 1,5 à 2 procent in de richting van de drain.
In de hoeken van de douchewanden hoort geen voeg maar kit, omdat er altijd beweging zit tussen wand en vloer. Ontbreekt die kit of is ze gebarsten, dan sijpelt water achter de tegels. Epoxyvoeg is waterafstotend en verkleurt minder snel dan cementvoeg, maar is lastiger te verwerken en te repareren. Een vakman kiest epoxyvoeg vaker voor de vloer dan voor de wanden.
Wat u vraagt voordat u tekent
Vraag de aannemer hoe hij omgaat met het afschot: meet hij dat na voor het betegelen of gaat hij af op het gevoel. Een waterpas en een lintje langs de drain zijn de enige manier om dit te controleren. Vraag ook hoe de aansluiting op het bestaande leidingwerk wordt gemaakt en of de warmwaterleiding voldoende capaciteit heeft voor de gewenste douchekop — een regendouche vraagt aanzienlijk meer doorvoer dan een handgreep.
Leg vast wie verantwoordelijk is voor het afdekken en afvoeren van bestaand tegelwerk als de wanden ook gesloopt worden. Dat werk bepaalt mede de totale doorlooptijd en hoeveel stof en geluid u in huis heeft.