Het type bad bepaalt de omvang van de klus
Een ingebouwd bad wordt aan drie zijden omsloten door een betegelde of gepanelde afwerking. Dat vraagt om nauwkeurig metselen of timmeren, en een goede aansluiting op de wanden. Een vrijstaand bad staat op poten en heeft aan alle kanten zichtbare afwerking – de toe- en afvoerleidingen lopen dan zichtbaar of worden in de vloer weggewerkt. Een hoekbad beslaat meer vloeroppervlak en vraagt extra aandacht voor de hoekverbindingen en het waterdicht aansluiten op twee wanden.
Hoe kleiner de badkamer, hoe meer een bad de ruimte domineert. Gangbare ingebouwde baden zijn 160 tot 180 cm lang en 70 tot 75 cm breed. Vrijstaande modellen vragen minimaal 20 cm extra rondom voor gebruik en onderhoud.
Aan- en afvoer: de positie is leidend
De ligging van de bestaande aan- en afvoer bepaalt grotendeels hoeveel werk er achter de muren en onder de vloer nodig is. Staat het bad op exact dezelfde plek als voorheen, dan volstaat het aansluiten op bestaande leidingen. Verschuift de positie, dan worden leidingen verlegd – dat betekent openbreken van vloer of wanden en daarna herstelwerk aan tegels of stucwerk.
Bij een vrijstaand bad loopt de afvoer door de vloer. Dat is alleen mogelijk als de vloer voldoende diepte heeft voor een stankafsluiter en voldoende verval richting het riool. Een vakman controleert dit voor de plaatsing.
Materialen: acryl, emaille of composiet
Acryl is het meest voorkomend: licht, goed isolerend en verkrijgbaar in veel vormen. Nadeel is dat acryl kan kraken bij onvoldoende ondersteuning. Het bad wordt daarom altijd op een stabiel onderstel of vullings geplaatst – doorbuigen leidt op termijn tot scheuren in kit en voegwerk.
Emaille op staal of gietijzer is zwaarder en krasbestendiger. Gietijzeren baden wegen al snel 100 kilogram en meer, los van het water. Dat stelt eisen aan de draagkracht van de vloer en aan de bereikbaarheid van de badkamer tijdens transport.
Composiet en mineraalcomposiet bieden meer vormmogelijkheden en voelen warm aan, maar zijn gevoeliger voor scherpe stoten en vragen specifiek onderhoud.
Waterdichtheid rondom het bad: waar het misgaat
De aansluiting tussen bad en wand is het kwetsbaarste punt. Kitranden scheuren als het bad en de wand niet even meebewegen, of als de kit is aangebracht op een ondergrond die niet droog en vetvrij was. Een brede kitrand die er strak uitziet bij oplevering kan binnen een jaar zwart verkleuren of loslaten.
In de hoeken van de omranding hoort altijd kit, nooit voegmiddel – voeg is star en scheurt bij de kleinste beweging. De overgang tussen het bad en de betegelde wand wordt afgewerkt met een flexibele sanitairkit die tegen temperatuurwisselingen kan.
Een goed geplaatst bad heeft geen zichtbare naden tussen de omranding en de tegels, zit niet los en beweegt niet als u erop stapt of eraan duwt.
Wat u weet voor een vakman langs komt
Hoe nauwkeuriger u de situatie kunt beschrijven, hoe gerichter een vakman zijn bezoek of offerte kan voorbereiden. Nuttige informatie is: de exacte ruimte die beschikbaar is voor het bad inclusief de omranding, of het bestaande bad los is van de tegels of eronder zit, of de aan- en afvoer aan het hoofd- of voeteneinde gewenst is, en wat de toestand is van de aangrenzende tegels die intact moeten blijven. Is de ruimte slecht bereikbaar – smalle trap, hoge drempel – dan is dat ook iets om vooraf te benoemen, zeker bij zware materialen.